Een jeugd vol avontuur in Helmond
Carolus Augustinus, beter bekend als Karel Stevens, wordt in 1904 geboren als zoon van een slager in Helmond. Al op jonge leeftijd zoekt hij de adrenalinekick op. Als kleine jongen beklimt hij samen met de koster de kerktoren van Helmond. Deze gebeurtenis markeert het begin van een leven vol avonturen.
Zijn vader, eigenaar van een slagerij, koopt in 1911 een motor. Zodra Karel 16 jaar is, maakt hij samen met zijn vrienden de omgeving onveilig. Ze racen langs het kanaal en voeren gewaagde stunts uit bij openstaande bruggen. Het leven van Karel staat vanaf dat moment in het teken van snelheid en avontuur.
De onverwachte aankoop van een leeuw
Begin jaren dertig besluit Karel dat het tijd is voor een nieuwe motor. Hij reist naar Rotterdam met de trein, maar omdat hij te vroeg is voor de winkel, bezoekt hij Diergaarde Blijdorp. Daar ziet hij een bordje met de tekst: “leeuwen te koop”. Voor 85 gulden koopt hij een leeuwenwelp, die hij Tarzan noemt, en reist zonder blikken of blozen terug naar Helmond met de jonge leeuw aan de lijn.
In Helmond transformeert Karel het kippenhok achter de slagerij tot een verblijf voor Tarzan. Hij paradeert trots door de straten met zijn leeuw en bezoekt zelfs hotel-restaurant Sint Lambert. De inwoners van Helmond zijn hier niet blij mee en de gemeente grijpt uiteindelijk in; Tarzan moet vertrekken.
Een carrière als dierentemmer
Karel laat zich echter niet ontmoedigen en zet zijn passie voor dieren voort. Hij volgt lessen, schaft nieuwe leeuwen aan en oefent in Geldrop. Al snel krijgt hij de artiestennaam Carlo en reist hij met circussen door het land. In 1938, tijdens een optreden in Sittard, ontsnappen er twee leeuwen. Eén van de leeuwen wandelt zelfs een kerk binnen tijdens een dienst, wat voor grote paniek zorgt. Uiteindelijk weet Carlo de situatie te redden en zijn naam als dierentemmer is gevestigd.
- Karel Stevens is geboren in Helmond en zoon van een slager.
- Hij koopt in de jaren dertig een leeuw in plaats van een motor.
De oorlogsjaren brengen nieuwe uitdagingen voor Carlo. Door de dreiging van de Tweede Wereldoorlog mogen circussen niet meer rondreizen en raakt hij in financiële problemen. Hij moet zijn leeuwen laten inslapen en accepteert een baan als dompteur in Dierenpark Wassenaar. Daar wordt hij in 1942 aangevallen door een beer, wat hem bijna zijn been kost.
Na de oorlog blijft Carlo zijn passie volgen en werkt hij in verschillende circussen. In 1950 bereikt hij een hoogtepunt in zijn carrière wanneer hij als dierentemmer meewerkt aan de avonturenfilm Quo Vadis. Tijdens de wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel maakt hij indruk door met een leeuw in een zijspan rondjes te rijden in de ‘steile wand’.
