Openlijk geweld op de Parade eindigt in veroordelingen
Een 19-jarige inwoner van Vught en twee 18-jarige Bosschenaren zijn door de politierechter in Den Bosch veroordeeld tot taakstraffen vanwege hun betrokkenheid bij een gewelddadige aanval. Het incident vond vorig jaar november plaats op de Parade, waar de mannen gezamenlijk een andere man aanvielen en sloegen.
Achtergrond van de aanval
Volgens verdachte M. uit Vught was een eerder incident de aanleiding voor de aanval. “Hij heeft mijn zus aangerand,” verklaarde M. aan de rechter. “Hoewel ik dacht dat we het hadden afgesloten, begon hij weer over mijn zus, en toen sloegen de stoppen door.” Ondanks dat de Bosschenaren aanvankelijk probeerden te sussen, raakten ook zij betrokken bij de aanval.
- M., de Vughtenaar, sloeg als eerste toe.
- De twee Bosschenaren voegden zich bij de aanval na het horen van de aantijgingen.
Rechterlijke uitspraken en gevolgen
In de rechtszaal, gevuld met familie, vrienden en het slachtoffer, werd duidelijk hoe ernstig de gevolgen van het geweld waren. Het slachtoffer liep een hersenschudding en een gekneusde oogkas op. Hij betwist de beschuldigingen van aanranding en leeft sindsdien in angst. Ook beweert hij eerder door M. te zijn aangevallen, al is daarvan nooit aangifte gedaan.
De officier van justitie achtte het, op basis van camerabeelden en getuigenverklaringen, bewezen dat de mannen zich schuldig maakten aan openlijk geweld. Ze eiste taakstraffen van 150 uur voor de Bosschenaren en 180 uur voor M., vanwege diens eerdere veroordelingen voor geweld. Verder werd een contactverbod van vijf jaar en een schadevergoeding geëist.
De rechter besloot de verdachten uit Den Bosch volgens het jeugdstrafrecht te berechten, gezien hun jonge leeftijd en kwetsbare ontwikkeling. Zij kregen een taakstraf van zestig uur. Voor M. werd de straf zwaarder: een taakstraf van honderd uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken, plus een direct ingaand contactverbod.
Bovendien moeten de drie samen een schadevergoeding betalen van 385 euro voor materiële schade en 1000 euro voor immateriële schade aan het slachtoffer.
