Oplossing voor de dondersteen: een historische doorbraak
De langlopende discussie over de dondersteen tussen Oudenbosch en Oud-Gastel lijkt eindelijk te zijn opgelost. Jan Bedaf, voormalig voorzitter van de heemkundekring in Oudenbosch, heeft zijn verzet tegen de verhuizing van de steen opgegeven. Deze koerswijziging betekent dat de kans groot is dat de steen zal terugkeren naar Oud-Gastel, wat het einde van de eeuwenoude dorpsvete kan betekenen.
De rol van Jan Bedaf in de geschiedenis van de steen
Jan Bedaf heeft jarenlang als ‘hoeder’ van de dondersteen gefungeerd, en zijn mening werd hoog gewaardeerd. Hij zorgde ervoor dat de steen een prominente plaats kreeg bij het Natuurhistorisch en Volkenkundig Museum in Oudenbosch. Bedaf’s recente bereidheid om de steen terug te geven aan Oud-Gastel wordt dan ook met enthousiasme ontvangen door Karel Bartelen van de heemkundekring Het Land van Gastel. “Zijn mening is van groot belang,” aldus Bartelen.
- Jan Bedaf heeft zijn verzet tegen de verhuizing opgegeven.
- Oud-Gastel is verheugd met de mogelijke terugkeer van de steen.
Een nieuwe bestemming voor de dondersteen
De verhuizing van de dondersteen is noodzakelijk geworden doordat het gebied rond het museum in Oudenbosch een nieuwe bestemming krijgt. In Oudenbosch zijn er stemmen die pleiten voor een prominente plek tegenover de basiliek, maar dat idee stuit op weerstand in Oud-Gastel. “De steen hoort op de plek waar hij vandaan komt,” zegt Bartelen. Hij ziet een mooie toeristische attractie voor zich, met een plaquette die de geschiedenis vertelt bij de protestantse begraafplaats in Oud-Gastel.
De dorpen willen binnenkort opnieuw in gesprek gaan over de toekomst van de steen. Met de recente koerswijziging van Jan Bedaf is een belangrijke stap gezet naar een vreedzame oplossing.
De historische achtergrond van de dondersteen
De dondersteen werd in de zestiende eeuw in de Gastelse klei ontdekt. Destijds geloofde men dat de steen tijdens een onweersbui uit de lucht was gevallen, wat hem een mythische status gaf. In 1808 werd de steen naar Oudenbosch verhuisd, waar hij uiteindelijk in 1888 door pater Becker werd onderzocht. Hij concludeerde dat het een zwerfkei uit de ijstijd was. Decennia later ontfermde Jan Bedaf zich over de steen, tot hij recentelijk van mening veranderde over de noodzaak van een verhuizing.
