Economie

Provincie brabant investeert in verduurzaming van veerponten

Gedeputeerde Staten zetten in op duurzame veerdiensten

De provincie Brabant heeft een forse stap gezet in de richting van verduurzaming door 950.000 euro beschikbaar te stellen voor pilots die twaalf van haar veerponten elektrisch willen laten varen. Ondanks dat veerponten niet onder het openbaar vervoer vallen en geen directe verantwoordelijkheid van de provincie zijn, hebben de Gedeputeerde Staten besloten deze duurzame ontwikkeling te ondersteunen.

Focus op kabel- en gierponten

De investering richt zich specifiek op de kabel- en gierponten in Brabant. Deze ponten maken gebruik van een kabel om het water over te steken en vormen een aanzienlijk deel van de 37 Brabantse pontjes. Ervaringen met het verduurzamen van dit type veer zijn in Nederland nog schaars, en de kosten kunnen hoog oplopen. Verschillende proefprojecten moeten nu uitwijzen hoe deze processen efficiënter kunnen worden ingericht.

Koken
  • Provincie stelt 950.000 euro beschikbaar voor verduurzaming.
  • Focus op twaalf kabel- en gierponten in Brabant.

Ondersteuning en samenwerking voor een duurzame toekomst

Stijn Smeulders, verkeersgedeputeerde van de provincie Brabant, benadrukt het belang van de veren voor de bereikbaarheid van de regio. “In ons bestuursakkoord hebben we afgesproken in te zetten op verduurzaming en versterking van de veren,” aldus Smeulders. “Deze investering moet ervoor zorgen dat heel Brabant hier jarenlang van kan profiteren.”

Ook Gedeputeerde Energie Bas Maes ziet de verduurzaming van veerdiensten als een logische stap na de elektrische auto en bus. Hij wijst op het belang van goede laadinfrastructuur langs de vaarwegen, wat momenteel nog geen vanzelfsprekendheid is. Door te investeren in deze infrastructuur wordt elektrisch varen mogelijk gemaakt en wordt de basis gelegd voor verdere verduurzaming van het vervoer op en rond het water in Brabant.

Brabant heeft een divers aanbod aan veerverbindingen, met in totaal 37 verschillende veren. Dit omvat 10 voetveren, 14 fiets- en voetveren, en 13 auto- en fietsveren. De bouwjaren, vaarfrequenties en organisatievormen van deze veren verschillen sterk, wat de uitdaging om te verduurzamen nog groter maakt.