Vrijspraak voor ondernemers Stint
OSS – De rechtbank heeft vrijdag een belangrijke uitspraak gedaan in de zaak rondom de Stint, de bekende elektrische bolderkar. De twee ondernemers, Edwin Renzen en Peter Noorlander, zijn vrijgesproken van het opzettelijk op de markt brengen van een gevaarlijk product. Dit is een grote opluchting voor hen, aangezien het Openbaar Ministerie een gevangenisstraf van vijf jaar en vier maanden had geëist.
Geen gevaarlijk product volgens de rechter
De rechtbank oordeelde dat niet bewezen is dat de Stint een gevaarlijk of schadelijk product was. Hoewel bepaalde veiligheidsvoorzieningen zoals een noodstopknop ontbraken en de veiligheid hadden kunnen vergroten, betekent dit volgens de rechtbank niet automatisch dat het voertuig gevaarlijk was. Hierdoor zijn de ondernemers niet schuldig bevonden aan het op de markt brengen van een onveilig product.
- Ondernemers niet schuldig aan gevaarlijk product
- Ontbreken van noodstopknop maakt product niet automatisch gevaarlijk
Veroordeling voor valsheid in geschrifte
Ondanks hun vrijspraak voor het op de markt brengen van een gevaarlijk product, zijn Renzen en Noorlander wel veroordeeld voor valsheid in geschrifte. Voor deze overtreding is echter geen gevangenisstraf opgelegd. De rechtbank acht het niet passend om zeven jaar na dato alsnog een straf op te leggen. Dit besluit heeft wel geleid tot gemengde gevoelens, vooral voor de slachtoffers en nabestaanden van het tragische ongeval in 2018.
In dat jaar werd een Stint op een spoorwegovergang in Oss getroffen door een trein, wat resulteerde in de dood van vier kinderen van vier, zes en acht jaar oud. Een vijfde kind en een begeleider raakten zwaar gewond. Het Openbaar Ministerie had naast de gevangenisstraf ook een boete van 360.000 euro geëist tegen de Stint-gerelateerde bedrijven, Stintum Holding B.V. en Stintum B.V.
