Gebroken gevoelens over de oorlog in Iran
In Brabant reageren Iraniërs verschillend op het nieuws over de militaire aanval door Israël en de Verenigde Staten op hun land. Terwijl sommigen hopen op een val van het regime, is er ook veel angst over het lot van vrienden en familie. Sara Nozohour, een Iraanse die in Heesch woont, ervaart deze emoties elke dag. “Ik weet niet waar mijn ouders zijn,” vertelt ze met bezorgde stem.
Sara vluchtte jaren geleden vanuit Teheran naar Nederland. In Heesch bouwde ze een nieuw leven op, maar haar familie, inclusief haar ouders en oma, blijft in Iran. Sinds de recente aanvallen leeft ze tussen hoop en vrees. “Ik heb heel veel dubbele gevoelens. Aan de ene kant ben ik blij dat er een kans is op een democratisch Iran, maar aan de andere kant wordt mijn land gebombardeerd en sterven onschuldige mensen,” zegt Sara.
Familie in Iran leeft in angst
Haar moeder en oma zijn naar het noorden van Iran gevlucht, op zoek naar veiligheid. “Ze vertrokken ’s nachts, met alleen het hoognodige: water, een zaklamp, brood, medicijnen en een paar blikken tonijn. Gelukkig heb ik gehoord dat ze veilig zijn aangekomen, maar sindsdien heb ik geen contact meer gehad,” vertelt Sara. Haar vader is nog steeds in Teheran, en zijn welzijn blijft onbekend. “Dat is heel beangstigend,” voegt ze toe.
- Sara’s familie leeft in angst en onzekerheid
- Haar vader verblijft nog in Teheran, contact ontbreekt
Verdeelde meningen onder de Iraanse gemeenschap
De gevoelens binnen de Iraanse gemeenschap zijn gemengd. Armia Pour, lid van het Waalwijkse dj-duo Vessbroz, ziet de situatie anders. “We hebben hierop gewacht en we hebben het gevierd. We zijn de straat opgegaan, blij met de hoop op verandering,” zegt hij. Tijdens hun reizen door Azië besteden ze aandacht aan de situatie in Iran, die zij als een reddingsoperatie beschouwen. “We zijn de gevangenen van het regime. Deze aanval is de enige manier om verandering te brengen,” legt Armia uit.
Toch blijft de zorg om familieleden groot. “Ik weet niet waar mijn ouders zijn en dat is beangstigend,” zegt Armia. Sara Nozohour merkt dat er onder Iraniërs veel verschillende meningen zijn over de aanval. “Iedereen is bezorgd en bang,” merkt ze op in haar werk bij Vluchtelingenwerk in Grave. “Sommige landgenoten vinden mijn kritiek moeilijk, maar ik kan geweld niet goedpraten,” zegt ze vastberaden.
Sara vervolgt: “Een school is gebombardeerd en er zijn zeker honderddrieënvijftig mensen, onder wie kinderen, gedood. Daar kan je toch niet blij om zijn? Ik hoor dat sommigen de aanval als enige uitweg zien, maar het is pijnlijk dat een aanval op eigen land als oplossing wordt gezien.”
