Evenementen

Reekse carnavalsvereniging sloopt loods voor praalwagen

Een praalwagen te groot voor de deur

In Reek heeft carnavalsvereniging De Kêleströpers te maken met een onverwachte uitdaging. Hun praalwagen, met veel enthousiasme gebouwd, blijkt niet door de uitgang van de loods te passen. De oplossing? De loods deels slopen om de wagen naar buiten te krijgen. Prins Rens d’n Urste en zijn gevolg staan onverstoorbaar voor de loods en laten zich niet uit het veld slaan door deze tegenslag.

De sloopwerkzaamheden

Onder het toeziend oog van nieuwsgierigen wordt de gevel van de loods aangepakt. Mannen met slijptollen en een graafmachine voeren het sloopwerk uit. Ivo Leenders, met een rustige hand aan de knoppen van de graafmachine, verzekert dat de carnavalswagen veilig staat. “De wagen staat aan de andere kant van de schuur, daar kan niets mee gebeuren,” zegt hij kalm.

  • De loods bleek te klein voor de praalwagen
  • Een graafmachine en slijptollen werden ingezet voor de sloop

Ondanks de schade aan de loods blijft eigenaar Bert de Bruin optimistisch. Hij benadrukt dat alles goed zal komen. De Kêleströpers waren blij met de schuur van Bert als bouwlocatie, vooral omdat het aanvankelijk moeilijk was een geschikte plek te vinden.

Koken

Noodzaak om te improviseren

Bijna hadden De Kêleströpers zonder praalwagen gezeten, maar dankzij Bert de Bruins aanbod konden ze toch aan de slag. De wagen is echter iets te enthousiast gebouwd, waardoor hij niet meer naar buiten paste. Bert vertelt: “We hadden twee keuzes: of iedereen door de schuur laten lopen om de wagen te zien, of de opening groter maken. We kozen voor de tweede optie.”

Terwijl het puin naar beneden valt, piept de voorkant van de praalwagen onder een wit zeil naar buiten. Verenigingslid Michiel Berkelmans merkt op dat de wagen groter is geworden dan gepland. Hoewel de gevel nu gesloopt is, staat de wagen nog vast vanwege enkele lastige draagbalken. Toch zijn De Kêleströpers hoopvol dat hun praalwagen op tijd vrij zal zijn voor de optocht.

Op de vraag of ze van deze ervaring hebben geleerd, lacht Michiel: “Het kan zomaar volgend jaar nog een keer gebeuren. Da witte nooit nie.”